De lekkerste snackbar
De man die patat gaf was lief
Voor de snackbar waren mannen met rasta. Meestal waren ze er ’s avonds.
De man die patat gaf was lief. Hij was half kaal.
Het rook er naar patat. De snackbar was klein.
Het was de lekkerste snackbar.
De meneer zei: “Wat wil je jongen?” Hij was Marokkaans.
Meestal kwamen er zwarte mensen.
De baas van de snackbar is niet lief. Hij keek boos en zei niets. Hij had een bril.
Mijn moeder ging naar de super. Ik kocht patat. Met het geld dat overbleef, kocht ik ijs of snoep van de Primera. Het softijs was lekker.
Mustafa
-
De lekkerste snackbar
-
De man die patat gaf was lief
-
Voor de snackbar waren mannen met rasta. Meestal waren ze er ’s avonds.
De man die patat gaf was lief. Hij was half kaal.
Het rook er naar patat. De snackbar was klein.
Het was de lekkerste snackbar.
De meneer zei: “Wat wil je jongen?” Hij was Marokkaans.
Meestal kwamen er zwarte mensen.
De baas van de snackbar is niet lief. Hij keek boos en zei niets. Hij had een bril.
Mijn moeder ging naar de super. Ik kocht patat. Met het geld dat overbleef, kocht ik ijs of snoep van de Primera. Het softijs was lekker.Mustafa
- 52.3921800728 4.95582103729
-
- snackbar
- Marokkaans
- patat
